Onze naam zegt het zelf. Bij ons mag je werkelijk jezelf zijn. Je werkelijke zelf. Bij ons hoef je geen spelletjes te spelen om gezien en gehoord te worden. Bij ons mogen de echte emoties er zijn. Die krijgen alle ruimte die ze nodig hebben. Wij zijn als mensen erg gewend om meteen te sussen en zeggen dat het kind niet hoeft te huilen. Wij omarmen het huilen. Het is ok om verdrietig/boos te zijn. Wij kijken naar de behoefte achter het gedrag van het kind. We gaan in op die diepere behoefte waardoor het kind zich gehoord en gezien voelt. Hierdoor krijgt het meer zelfvertrouwen en zal het steeds meer vertrouwen op zijn eigen flow, zijn eigen pad, zijn eigen tempo.

In Bee Me zijn we samen jezelf! Wanneer iedereen zijn werkelijke zelf kan zijn, ontstaat er spontaan een hele mooie flow.

Wij zien de mens, groot en klein, als 1 geheel van lichaam, geest en ziel. Het is van groot belang dat een kind zich gezond kan hechten aan zijn opvoeders en in zijn eigen tempo de wereld mag ontdekken. Een kind kan zich ook pas goed ontwikkelen als er wordt voldaan aan de basisvoorwaarden: liefde, geborgenheid, lichamelijke behoeften, veiligheid en sociaal contact. Dit zijn dan ook belangrijke punten voor ons waar wij in investeren.

Kinderen kunnen heel goed aangeven waar ze behoefte aan hebben om te groeien. Zodra die behoeftes zijn vervuld kunnen ze optimaal groeien en ontwikkelen. Uiteraard houden we de kinderen in de gaten, maar wij vertrouwen kinderen erop dat ze groeien in hun eigen tempo en dat dus alles op het goede moment tot uiting komt. Wij laten kinderen ook geen dingen doen die ze zelf niet laten zien, vb. een kindje dat nog niet wil rechtstaan, gaan we ook niet forceren om zich op te trekken.

Het kind leert dat zijn tempo het juiste is en vertrouwt daarop omdat wij dat ook doen. Natuurlijk hebben we onze richtlijnen voor pedagogische observaties, maar we willen een kind niet zien als enkel een opsomming van zijn ontwikkelingsbeperkingen of hulpvragen.

Wanneer je je kind verplicht om iets te doen, vb. meedoen aan een knutselactiviteit, dan heb je veel risico dat het ‘moeilijk‘ gedrag zal vertonen of net dat het heel braaf zal meedoen omdat de volwassene anders boos zal zijn. Het kind gaat dan pleasen, een gedrag dat we nog bij veel volwassenen zien. Dat is geen onvoorwaardelijk ouderschap.

Wij luisteren naar het kind, naar zijn non-verbaal en verbaal gedrag. Wanneer het kind niet wil meeknutselen, dan mag het kind iets anders doen waar hij/zij zich goed bij voelt. En hier kunnen we nog heel veel andere voorbeelden bij geven, zoals bij slapen. Dit is ook een heel groot thema waarin kinderen niet genoeg gehoord en gezien worden. Dit is oa een thema waar we in de toekomst dmv workshops dieper op willen ingaan.

Bij ons is diepe mentale veiligheid op alle niveaus heel belangrijk. Wanneer kinderen op elk moment mentale veiligheid ervaren, kunnen ze vol vertrouwen hun basis leggen voor de rest van hun leven en verder uitgroeien tot authentieke mensen die vol zelfvertrouwen in het leven staan.

Je maakt als opvoeder keuzes om de hechting zo sterk mogelijk te maken, door vb. veel lichamelijk contact, dragen, niet alleen laten huilen en actief helpen met reguleren van hun verdriet door beschikbaar te zijn. Ook hierin leren we de kinderen te vertrouwen in hun eigen kunnen en bieden we enkel de hulp die ze nodig hebben. We leren hen vb, stap voor stap, dat ze geen armen om hen heen nodig hebben om in slaap te vallen, dat het ok is dat ze zelf ook in een bedje in slaap kunnen vallen. Dit is ook verbonden met alles wat een kind leert om te doen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat ze leren dat ze alles zelf kunnen doen, dat ze zelfvertrouwen krijgen om hierin te groeien. Dat ze ook hulp mogen vragen, maar dat ze ook leren dat ze zelf dingen kunnen doen zonder afhankelijk te zijn van een ander. Want wanneer je hen leert dat ze voor alles afhankelijk van jou zijn, dan creëer je angstige kinderen.

Om op een authentieke manier met elkaar om te gaan, is er wederzijds respect nodig. Wij zijn niet ‘de baas‘ en het hoeft niet ‘omdat wij het zeggen‘. We zien kinderen en hun behoeftes en proberen daar met zijn allen rekening mee te houden. Samen maken we regels zodat het voor iedereen fijn en veilig is en blijft, maar daarbuiten is veel mogelijk voor individuele behoeftes.

Daarom doen we ook niet mee met straffen en belonen. Wat wij wel doen is uitleggen waarom bepaalde dingen niet kunnen, welke gevolgen dit heeft voor het kind of voor een ander kind en tonen we de emoties van het andere kind wanneer het vb gebeten werd.

Daar waar onze visie en de wensen van ouders het toelaten, zijn we zoveel mogelijk kind volgend.